Carter overvleugelt Perry in halve finale WK
Even leek de oude meester de jaren negentig te laten herleven, maar na een achterstand van 1-4 denderde Ronnie O’Sullivan in de halve finale van het 888.com WK snooker 2008 over Stephen Hendry heen met 17-6. Ali Carter speelde haasje-over met Joe Perry, maar boekte met 17-15 uiteindelijk wel zijn eerste rankingfinale ooit.
Door Peter de Brie, vanuit The Crucible in Sheffield
Ronnie O’Sullivan (Eng) – Stephen Hendry (Schot) 17-6
Als in zijn beste dagen opende Hendry de halve finale met een 140-break, pakte de tweede met een 60 en de derde op de kleuren. Zou de 39-jarige Schotse dictator van weleer dan toch nog een achtste wereldtitel in zich hebben. Bij 4-1 in zijn voordeel leek het er nog steeds op, maar O’Sullivan reageerde met een 102 en besloot de eerste sessie nog op 4-4.
De tweede zitting bleek van een geheel andere orde. Met series van 93, 87, 133, 135, 85 en 70 won The Rocket acht frames op rij en vernederde Hendry zoals nooit tevoren. Nimmer was de zevenvoudig wereldkampioen tijdens een WK-sessie gewhitewashed. Natuurlijk bleef hij knokken tot de laatste snik, maar op O’Sullivan stond geen maat. Hij won met 17-6 en spaarde zo de laatste sessie op zaterdag uit. Een extra snipperdagje.
“Ooit versloeg Ronnie me met 17-4, maar nu was hij nog beter”, vond Hendry. “Dit is het beste snooker dat ooit tegen mij gespeeld is. Je weet dat hij dit kan, maar blijft leven om te hopen dat hij het niet flikt als hij uit de kleedkamer komt. Hij speelde zoals ik soms op training wel eens doe. Ronnie ligt mijlenver voor op de rest als hij top speelt. Ik heb hem niet zien missen of uit positie zien raken.”
O’Sullivan hoorde via via van Hendry’s complimenten. “Mijn vader zal trots zijn”, meende The Rocket, die de verslagen Schot zijn perfecte rolmodel noemde. “Of ik sympathie voor hem voelde? Niet in de match, dat is te gevaarlijk. Wel respect.” Steve Davis vergeleek O’Sullivan met golftopper Tiger Woods en tennisvedette Roger Federer. “Ach, ik speel niet voor geld of statistieken, maar voor het plezier en uit liefde voor de snookersport”, aldus tweevoudig wereldkampioen O’Sullivan. “Toen ik de halve finale van Dott verloor in 2006 had ik net zo goed de hele match met links kunnen spelen. Had ik tenminste lol gehad.”
Ali Carter (Eng) - Joe Perry (Eng) 17-15
Beide Engelsen debuteerden in de een-tafel-opstelling in The Crucible voor hun grootste match aller tijden. De partij schommelde voortdurend heen en weer. Perry raakte 3-0 voor, waarna Carter het initiatief overnam en mede met een serie van vijf frames op rij naar 9-7 doorstoomde. Tijd voor Perry om een kwartetje frames aaneen te rijgen en met 11-7 te leiden, maar Carter herpakte zich en begon met 12-12 aan de slotsessie.
Carter, gebrevetteerd piloot, en Perry, voormalig rechtenstudent, voelden de spanning. Ali en Joe in de ring, alsof het een boksmatch was. Steeds wurmde de zeven jaar oudere Perry (35) zich een frame voor, telkens maakte Carter gelijk. Na Perry 110 in frame 29, antwoordde Carter met 77 voor 15-15. Bij de start van frame 31 miste Perry, afgeleid door iemand in het publiek. Carter opende met 44, Perry – nu niet gestoord – miste weer een rode.
Carter kwam zo voor het eerst in lange tijd op voorsprong, maar verprutste een eerste goede optie op de laatste rode bal in de gelijkopgaande frame 32. Een volgende kans liet hij niet meer uit handen glippen en na de finale roze balde Ali in triomf zijn vuist zoals na zijn 147 tegen Ebdon.
“Hier ben ik ziek van”, zuchtte gentleman Perry. “Vanavond liepen de ballen niet echt voor me. Geen excuus hoor. En er moest nou eenmaal iemand verliezen. Ik had wel verwacht dat het close zou worden. Eerder speelden Ali en ik al eens 9-8 en 5-4. We waren beiden moe, maar de adrenaline houd je op gang. Gelukkig zit ik nu stevig in de Top 16, misschien Top 8 zelfs. Nog twee weken treuren en dan voel ik me vast wel beter, zeker als de cheque in de bus valt.”
Carter benadrukte niet voor het geld te spelen. “Ik heb alles wat ik wil. Een huis, een auto. Of ik een vliegtuig ga kopen? Nou, een eigen jet is toch nog een beetje te duur”, sprak Captain Carter. “Ik kom dit WK zo ver omdat ik frame voor frame speel en mezelf niets verwijt als het even niet gaat. Vanochtend kon ik amper mijn bed uit, voelde me lamlendig en heb niet eens ontbeten. Daardoor verloor ik vier frames. Gelukkig kwam ik nog op gang. Dit is geen toernooi dat ik thuis op televisie wil zien.”
In de finale wil Carter weer onbevangen spelen. “Ik heb Ronnie niet bezig gezien deze week. Dat heb ik niet nodig om te weten hoe goed hij kan spelen. Een paar jaar geleden trainde ik regelmatig met hem en ik heb hem in wedstrijden nog nooit verslagen, geloof ik. Stel dat ik 100 frames tegen hem speel, dan win ik er misschien maar 18. Maar als ik die in de finale eerder bereik dan hij, vind ik het best. Dan mag hij de volgende 80 frames winnen.”





