Afgelopen weekeinde is er in Duizel om het Nederlands Kampioenschap Hoofdklasse Libre klein gespeeld. De organisatie in het Kempische sigarendorp was in handen van de 65-jarige vereniging Dubac uit Duizel.
Frank Wegman uit Losser, als vijfde geplaatst, bleek na het optrekken van de kruitdampen de meest constante speler en legde beslag op de nationale titel. Wegman behaalde 12 punten en scoorde een moyenne van 8,92.
Na de eerste ronde gaven de nummers 1 t/m 3 van de plaatsingslijst hun visitekaartje af. Harm van de Laar uit St. Oedenrode, Gerrit de Regt uit Wouw en John Luc Hutten uit Hardenberg (alle drie gepromoveerd) openden met een winstpartij boven 10,00 moyenne. De Regt deed dit tegen Bert Zwart zelfs in 6 beurten, dit bleef lang de beste partij. Frank Wegman had met een moyenne van 5,61 een valse start tegen Richard van Luijk.
Aan het einde van de tweede ronde stond iedereen op 2 punten, behalve de Duitse Limburger Martin Wildau, hij wist tot dan nog niet te winnen, en Harm van de Laar. De 22 jarige speler van het Wapen van Liempde, pas 3 jaar actief in de wedstrijdsport, wist tweemaal te winnen en ging trots aan de leiding. De 3e ronde was kwalitatief de minste van alle ronden. In liefst drie partijen hadden de spelers 20 beurten nodig. Van de Laar liep tegen zijn eerste nederlaag aan. Frank Wegman won met 150-100. Dit betekende dat na de vrijdag iedereen al een keer verloor en dus nog een kans maakte op de titel. Na een eveneens stroeve 4e ronde bleven er nog 3 favorieten over. Frank Wegman (tegen Robert Schuyt), Richard van Luijk (tegen Gerrit de Regt) en Harm van de Laar (tegen John Luc Hutten) wisten kans op de titel te houden door hun partijen te winnen. In de vijfde ronde verloor Harm van de Laar tegen provinciegenoot Gerrit de Regt. Laatstgenoemde had al de kortste partij en de hoogste serie tot dat moment achter zijn naam staan, maar die serie raakte hij in deze partij kwijt aan van de Laar (106). Omdat de Regt in de aansluitende beurt meteen antwoordde met 67 caramboles bleef hij in de running en wist de partij zelfs al in de 5e beurt uit te maken, waardoor hij de kortste partij achter zijn naam hield. Richard van Luijk nam nu de koppositie van van de Laar over. Hij wist wel te winnen tegen Schuyt en ook Frank Wegman bleef goed meedoen. Door zijn winst op Wildau kwam hij op de tweede plaats terecht met evenveel punten dan koploper van Luijk, alleen het moyenne van de speler uit Dordrecht was iets beter.
Van de Laar besloot de zaterdagavond, evenals Gerrit de Regt, zijn partij in slechts 7 beurten waardoor de twee koplopers op zondagochtend geen fout mochten maken. Deden ze dit wel dan zou van de Laar namelijk op moyenne weer de koppositie overnemen. Richard van Luijk kon de druk niet aan. Hij kwam tegen Martin Wildau tekort (131-150) maar op de andere tafel bleef Frank Wegman stoïcijns caramboleren. John Luc Hutten bood dapper tegenstand, maar de man uit Losser greep de winst en ging voor de slotronde alleen aan de leiding.
In de finaleronde had Wegman aan een gelijkspel voldoende voor de titel. Van Luijk en van de Laar moesten met elkaar zien af te rekenen en alleen bij verlies van Wegman zou de winnaar van hun onderlinge strijd op het hoogste schavot plaats mogen nemen. Zo ver kwam het echter niet. Wegman liep na 2 beurten weg middels een serie van 51, waarna tegenstander Bert Zwart na 11 beurten nog terug kwam tot 77-74. Op dat moment plaatste Wegman de beslissende demarrage en na 17 beurten mocht hij zich de nieuwe kampioen van Nederland noemen: 150-92. Op de andere tafel was van Luijk net iets te sterk voor van de Laar waardoor hij zilver omgehangen kreeg en van Laar het brons.
De hoogste serie van het toernooi was 106 en kwam op naam van Harm van de Laar, Gerrit de Regt scoorde het beste eindmoyenne (11,57) en speelde de kortste partij, 150 in 5 beurten.
Tijdens de prijsuitreiking roemde bondsafgevaardigde Cees Benschop de organiserende vereniging Dubac voor de perfecte organisatie en hij dankte tevens het publiek dat het hele weekeinde in grote getale aanwezig was.





