bron: BN de Stem door Joop van den Oudenhoven
SIRJANSLAND - Gerard Oele is met ingang van het nieuwe biljartseizoen nationaal arbiter van de Nederlandse biljartbond (KNBB) geworden.
Hij is daarmee na Lidwien de Bruijn uit Noordwelle de tweede Zeeuwse arbiter die dat predikaat mag dragen. "Het is voor mij een hobby en uitlaatklep tegelijk", zegt de 59-jarige arbiter uit Sirjansland.
Apetrots is hij op het bereiken van de hoogste graad in de arbiters wereld, al doet hij zijn best het te relativeren. Het lukt hem niet echt en dat is ook wel logisch. Om zo ver te komen, heeft hij een lange weg bewandeld. Ga maar na. Oele begon in 1995 als clubarbiter en werd door Lidwien de Bruijn opgeleid tot districtsarbiter. Drie jaar en tientallen wedstrijden als arbiter later volgde zijn opleiding tot gewestelijk scheidsrechter. Dat was in 1998 in Zevenbergen onder leiding van Hans Berkhout, weet Oele zich te herinneren. "Daarna was het een kwestie van veel ervaring opdoen in alle spelsoorten en vele honderden wedstrijden."
Geduld is een woord dat in zijn betoog steeds terugkomt. "Er is verschrikkelijk veel geduld nodig om aan de top te komen. Het gaat op basis van rankings en beoordelingen door het Coac (opleidingscommissie arbiters van de KNBB). Pas na legio beoordelingen kom je in aanmerking voor de bovenste negen van de ranking. Dan krijg je een oproep om deel te nemen aan het theorie-examen op het bondsbureau in Nieuwegein. Als je daarvoor slaagt, volgt een achtdaagse praktijkcursus en een hele dag examen."
"Op die dag wordt er gespeeld door de toppers in de klassieke spelsoorten door spelers als Henri Tilleman. Een bijzondere belevenis en mooi om te zien hoe zij je testen maar ook terwille zijn. Het gaat dan om kader 47/2, libre en bandstoten en dat alles op de matchtafel."
"Per onderdeel krijg je cijfers en de jury beoordeelt of je voldoet of niet. We begonnen met negen arbiters aan de theorie en uiteindelijk slaagden er vier voor de theorie en de praktijk. Ik ben daar best trots op."
Oele heeft altijd de ambitie gehad om op het hoogste niveau te arbitreren, bekent hij. "Het is leuk, je moet heel geconcentreerd zijn en je ziet het beste biljart van zeer dichtbij. Ik telde laatst een partij van Peter de Bree in het kader en die maakte voor het eerst in zijn leven een serie van 250 in het 38/1. Het is prachtig om die te mogen tellen en zo'n partij arbitraal tot een goed einde te brengen."
"Het is de bedoeling onopvallend aanwezig te zijn en toch mag niets je ontgaan. Je moet de speler niet uit zijn concentratie halen, maar wel de regels volgens het boekje toepassen. Als een speler je na de wedstrijd bedankt voor je leidinggeven, zoals Peter toen deed, geeft dat een goed gevoel."
Oele telt ook graag in Sluiskil bij de topdriebanders. "Er heerst een prachtige ambiance. Helemaal toegesneden op het biljarten en de toeschouwers. Dat is topsport ten voeten uit en ik vind het mooi daar onderdeel van te zijn."
Waarom ik arbitreer? ,,Het is voor mij een hobby en uitlaatklep tegelijk. Ik heb een drukke baan die me volledig opeist. Het arbitreren is tegengesteld-inherent aan mijn werk. Het vraagt ook opperste concentratie, maar ontspant me volledig", zegt de 59-jarige hoofdonderwijzer van twee basisscholen op Schouwen-Duiveland.





